Eerste stappen

Zorg bij een eetstoornis is gericht op herstel en persoonlijke groei en richt zich op eetgewoonten, gewicht, lichaamsbeeld en algemene psychische problemen, zoals onzekerheid, perfectionisme en trauma, evenals op het functioneren in de samenleving. De meeste mensen met een eetstoornis kunnen ambulant behandeld worden. In geval van ernstige fysieke en/of psychische problemen is opname in het ziekenhuis of gespecialiseerde kliniek aangewezen. Hier vind je informatie over hoe te handelen als er sprake is van een eetstoornis.

De links op deze pagina werken nog niet allemaal: wordt in februari 2026 aangepast.

Algemeen

Hier vind je een aantal uitgangspunten die voor alle professionals gelden. Check hieronder ook de tips voor jouw zorgdomein somatiek, psyche of diëtetiek.

Gedragen visie

Zorg voor een door alle partijen gedragen visie op de zorg aan de cliënt. Maak duidelijke afspraken over samenwerking tussen zorgdomeinen en regel tijdige en complete informatie-uitwisseling. Spreek af wie het zorgproces coördineert en het eerste aanspreekpunt is voor de cliënt en zijn of haar naasten.

Samenwerking niet-zorgverleners

Zorg in de samenwerking met niet-zorgverleners voor een contactpersoon die niet alleen kennis heeft over eetstoornissen maar ook de taal spreekt en de (on)mogelijkheden kent van organisaties buiten de zorg.

Gelijkwaardigheid

Neem behandelbeslissingen in een gelijkwaardig gesprek waarin de voorkeur van de cliënt, wetenschappelijke kennis en de expertise van de professional worden afgewogen.

Zorg voor naasten

Naasten kunnen een waardevolle rol spelen in de behandeling van iemand met een eetstoornis. Maar de zorg voor een familielid met een eetstoornis een zware last kan zijn, wijs ze daarom op het steun en support document. Download de PDF.

Ervaringsdeskundigen

Ervaringsdeskundigen als onderdeel van het behandelteam kunnen zorgen voor herkenning en begrip en helpen met het motiveren van de cliënt tot behandeling.

Lees hier meer over hun rol en waar je ze kan vinden.

Soepele overgang

Draag zorg voor soepele en naadloze overgangen tussen verschillende zorgvormen, in het bijzonder van de overgang van kinder- en jeugdpsychiatrie naar volwassenenpsychiatrie en tussen ggz en somatische zorg.

(Top)sport

De sportomgeving kan het risico groter maken dat iemand een eetstoornis krijgt of dat de klachten erger worden. In sommige sporten hoort streng lijnen erbij. Daardoor lijkt ongezond eetgedrag soms normaal en kan een eetstoornis lang onopgemerkt blijven.

Veel sporters vinden het moeilijk om hulp te vragen. Ze zijn soms bang dat ze moeten stoppen met hun sport of hun doelen niet meer kunnen halen. Het is daarom belangrijk dat zorgverleners op tijd het gesprek openen en extra hulp inschakelen wanneer de behandeling niet goed verder komt.

Kennis van de sportwereld kan daarbij helpen. Het maakt de behandeling begrijpelijker voor de sporter en kan de stap om hulp te accepteren kleiner maken.

Somatiek

Hieronder vind je meer informatie over de somatische behandeling van eetstoornissen.

Psychoeducatie

Start zo snel mogelijk na de diagnose met voorlichting en psychoeducatie voor de patiënt en diens naasten. Dit kan al voordat begonnen wordt met de behandeling. Deel stapsgewijs informatie over wat de ziekte inhoudt, welke behandeling wordt ingezet en wat de effecten op het dagelijks leven kunnen zijn. Trek hier voldoende tijd voor uit.

Op de website Thuisarts.nl vind je de patiënteninformatie over eetstoornissen, afgestemd op de zorgstandaard. Naasten en patiënten vinden op First EET kit alle informatie voor Eerste Hulp bij eetstoornissen.

Poliklinische follow up Anorexia Nervosa

Er is geen standaard recente richtlijn voor de follow-up van volwassenen/adolescenten met anorexia nervosa. Afhankelijk van de ernst van het ondergewicht, de duur van de ziekte, de therapietrouw, snelheid van herstel, het al dan niet purgeren, de leeftijd waarop het ondergewicht en de eetstoornis begon, de groei en ontwikkeling van de patiënt zal er per individu gekeken moeten worden hoe intensief de follow-up zorg moet worden. Let bij de follow up met name op de lange termijn complicaties waaronder amenorroe, botdichtheid, dentitie en groei.

Acute fase (ip 1ste 2 wk van hervoeden) met hoog risico voor hervoedingssyndroom zonder opname-indicatie:

  • Streven 2 a 3 x/wk policontrole inclusief lab/ECG controle.

  • Daarna afbouwen op geleide kliniek.

  • In principe “ziekenhuis thuis” beleid, maximaal 2 weken.

  • Acute fase (ip 1ste 2 wk van hervoeden) met laag risico voor hervoedingsyndroom:

  • Ip 1 x/wk controle, lab/ECG op indicatie.

  • Daarna afbouwen op geleide kliniek. Herstelfase:

  • Bij ondergewicht: 1 x/3 mnd revisie groei en maturatie tot volledig herstel groei/maturatie, inclusief menstruatie.

  • Bij gezond gewicht, goede groei en maturatie en regelmatige menstruatie: 1 x/jr revisie tot leeftijd van 18 jr.

  • Bij gezond gewicht, uitblijven goede groei/maturatie of menstruatie: 1x /6 mnd revisie. Nb: Bij excessief purgeren/risicovol gedrag: afhankelijk van mate van purgeren vervolg elektrolyten e.a., wisselend van meerdere malen per week tot 1 x per maand tot niet. Nb: Bij acute voedsel- of vochtweigering: Indicatie voor beoordeling < 3 dg.

Indicatie Ziekenhuis Thuis

Doel van Ziekenhuis Thuis:

  • Uit de lichamelijke gevarenzone komen en blijven

  • Voorkomen van een ziekenhuisopname Uitvoering:

  • Het hele voedingsadvies opvolgen.

  • Indien mogelijk neemt partner/verzorger zorg voor het eten over (brood smeren, opscheppen, inschenken etc.)

  • In of om het bed blijven of op de bank in de kamer

  • Na iedere maaltijd 1 uur rusten in een warme omgeving, onder dekbed

Indicatie opname op kinderafdeling of lichamelijk afdeling

Doel van somatische opname:

  • Het bewaken van vitale functies

  • Het behandelen van complicaties van acute ondervoeding of purgeergedrag

  • Klinische hervoeding

Algemeen:

  • Streef naar een zo kort mogelijke opname waarbij de acute somatische complicaties worden afgewend. Dit kan over het algemeen binnen 14 dagen worden bereikt

  • Het bepalen van een bepaald gewicht valt niet onder de behandeldoelen, wel bijvoorbeeld het veilig doorlopen van de hervoedingsfase

  • Stem duidelijk af wie welke verantwoordelijkheden heeft tijdens de opname

  • Zorg dat het vervolgtraject geregeld/duidelijk wordt tijdens de opname

  • Betrek en informeer ouders en broers/zussen tijdens de opname. Lees hier meer over op de pagina 'iemand steunen'

  • Lees hier meer over refeeding

Indicaties voor monitorbewaking:

  • Hartritmestoornissen waaronder sinusbradycardie < 40/min

  • Geleidings- en repolarisatiestoornissen waaronder QTc-tijd verlenging en junctional escape ritme

  • Ernstige ondervoeding (<60 % van uitgangsgewicht)

  • Ernstige elektrolytstoornissen

Refeeding

Het risico voor het optreden van het refeedingsyndroom is het grootst in de eerste 2 weken na de start van het hervoeden met een piek in de eerste 72 uur. Een verlaagd pre-albumine is een voorspellende waarde voor de kans op het ontstaan van refeedingsyndroom.

Lees meer over refeeding

Sondevoeding

Probeer altijd naar zelf eten te streven, de stap na sondevoeding kan nutridrink zijn. De interventie is op maat. Therapietrouw kan worden bevorderd door een goede relatie te onderhouden met patiënt en de motivatie te stimuleren. Indicaties voor sondevoeding:

  • extreme cachexie (gewicht < 60 % van uitgangsgewicht) met bradyfrenie en/of spierzwakte

  • ernstige elektrolytstoornis (bijvoorbeeld hypokaliemie < 2,5 of < 3,5 met ECG-afwijkingen) of recidiverende hypoglykemie

  • totale weigering te drinken/eten

  • kortdurend op verzoek van patiënt bij onvermogen zelf te eten/drinken en wanneer dit leidt tot een (dreigende) complicatie Bijkomende adviezen met betrekking tot sondevoeding:

  • duidelijke afspraken maken met patiënt vooraf wanneer te starten en te stoppen met sondevoeding

  • zo kort mogelijk handhaven van de sonde

  • doel: intake garanderen ten einde de levensbedreigende situatie af te wenden

  • soms blijkt afbouwen van de sondevoeding ingewikkeld, het valt dan te overwegen om het zelf drinken te motiveren de calorische intake bij het krijgen van sondevoeding te verhogen t.o.v. wanneer iemand het zelf drinkt

Lees meer in de Zorgstandaard Eetstoornissen.

Dwangvoeding

Bij het streven naar voorkómen van dwang is het in de behandeling van belang zoveel mogelijk aan te sluiten bij de doelen van de patiënt en ouders en te werken aan perspectief. Ook als iemand ernstig ziek is blijft het belangrijk met elkaar steeds te zoeken naar manieren om in contact te blijven en te zoeken naar alternatieven en behoud van autonomie.

Vanaf de start van de behandeling is het van belang om in te zetten op het voorkómen van dwang. Het signaleren dat het niet goed met iemand gaat en wat iemand zelf kan doen, zijn omgeving kan doen en wat de behandelaren kunnen doen, is één van de belangrijkste preventieve interventies. Hier kan eventueel een signalerings- en/of crisisplan bij worden ingezet om dwang te voorkomen.

Meer informatie over dwangvoeding vind je in de Richtlijn Dwangvoeding.

Meer informatie over de wetgeving:

Bewegen en activiteitenpatroon

Vaak is er naast afwijkend eetgedrag ook sprake van afwijkend bewegingspatroon. Denk hierbij aan dwangmatig bewegen om energie kwijt te raken en motorische onrust. Dit verdient eveneens aandacht in het behandelplan. Weest alert op het oplopen van (mars)fracturen en blessures.

Zolang iemand in een katabole staat verkeerd verdient het de voorkeur de activiteiten te beperken om de energiebalans te herstellen.

  • Douchen: geadviseerd wordt voorzichtig te zijn met douchen, mede vanwege de vasodilatatie tijdens douchen/bad en het beeld van orthostase

  • Let op te koud/te warm douchen i.v.m. verhoogd energieverbruik

  • M.b.t. uitbreiden van bewegen wordt het volgende geadviseerd. Er moet sprake zijn van:

    • Voldoende compensatie voor de beoogde inspanning.

    • Een stijgende lijn in het gewicht (of stabilisatie t.t.v. bereiken gezonde gewichtsmarge).

    • Er mag geen contra-indicatie zijn waardoor uitbreiden niet verantwoord is (bijvoorbeeld hypoglykemie, ernstige bradycardie e.a.).

    • Overweeg Olanzapine bij op de voorgrond bestaande bewegingsdrang.

Bij bewegingsdrang: spreek mensen vriendelijk aan op het gedrag, probeer afleiding te bieden. Het gedrag is vaak dwangmatig en komt voort vanuit een niet te stoppen urge. Wees duidelijk in de afspraken, ga niet in discussie. Lees hier meer over een visie op het omgaan met bewegingsdrang.

Medicatie

Overbrugging

Vanwege de wachtlijsten kun je overbruggingszorg opstarten, bijvoorbeeld via de POH. Het belangrijk om in deze overbruggingsfase een goede band te behouden met de patiënt en zijn of haar systeem. In de overbruggingstijd is er een aantal opties:

  • De oudergroep Eerste Hulp bij Eetstoornissen

  • De inzet van een ervaringsdeskundige buddy

  • Op de website www.eetstoornissennetwerk.nl vind je alle inloophuizen, eerstelijnsbehandelaren, behandelcentra en instellingen die zich hebben gespecialiseerd in eetstoornissen

  • De First Eet Kit biedt toegankelijke informatie over eetstoornissen bij jongeren

  • De K-EETi advieslijn kan dagelijks gebeld worden voor adviezen en overleg over patiënten met een eetstoornis

  • Verwijs patiënten naar 99gram.nl en Proud2Bme: de grootste Nederlandse online hulpsite voor patiënten met eetproblematiek

  • Tijdens de overbruggingsfase kun je ook verwijzen naar GZ-psychologen, systeemtherapeuten en diëtisten (aangesloten bij het Voedings Interventie Eetstoornissen (VIE) netwerk) die kennis hebben over eetstoornissen

  • Adviseer of benader inloophuizen voor eetstoornissen. Deze organisaties worden door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen gerund. Vaak organiseren ze informatieavonden voor patiënten en naasten

Keuzehulp

De Keuzehulp Eetstoornissen ondersteunt professionals met een concreet advies voor behandeling en begeleiding, gebaseerd op de inhoud van de Zorgstandaard Eetstoornissen.


Psyche

Lees hier meer over de psychosociale behandeling en begeleiding van eetstoornissen.

Psychoeducatie

Start zo snel mogelijk na de diagnose met voorlichting en psychoeducatie voor de cliënt en diens naasten. Dit kan al voordat begonnen wordt met de behandeling. Deel stapsgewijs informatie over wat de ziekte inhoudt, welke behandeling wordt ingezet en wat de effecten op het dagelijks leven kunnen zijn. Trek hier voldoende tijd voor uit.

Op de website Thuisarts.nl vind je de patiënteninformatie over eetstoornissen, afgestemd op de zorgstandaard. Naasten en patiënten vinden op First EET kit alle informatie voor Eerste Hulp bij eetstoornissen.

Zelfmanagement

Inzicht, motivatie en vaardigheden om zelf een actieve rol op zich te nemen in het herstelproces kunnen door de aard van de problematiek (tijdelijk) beperkt zijn. Tegelijkertijd is het voor herstel essentieel dat de cliënt begrijpt en aanvaardt dat hij zelf aan de slag moet. Belangrijke onderdelen om zelfmanagement in de praktijk te brengen zijn:

  • Het opstellen van een individueel zorgplan. Hierin wordt onder andere het behandeldoel (van zowel cliënt als professional) beschreven, welk zorgaanbod als eerste ingezet wordt en wanneer en hoe dit geëvalueerd wordt. Ook de rol van naasten wordt hierin beschreven.

  • Het opstellen van een signaleringsplan om crisissituatie te voorkomen. Dit inventariseert signalen die duiden op terugval, verslechtering of toename van gedrag dat verdere schade toebrengt, en acties die daarop moeten volgen.

  • Aandacht voor zelfzorg. Werken aan een gezonde zelfwaardering, gezond gedrag en ontwikkeling van interpersoonlijke vaardigheden kunnen de individuele weerbaarheid vergroten.

Eerste stap interventies

Eerste stap interventies hebben tot doel het ziekte-inzicht te vergroten, bewustwording op gang te brengen en de motivatie te vergroten. Als iemand nog niet verwezen wil of hoeft (te) worden kunnen de volgende eerste stap interventies overwogen worden:

  • Verwijzing naar zelfhulpboek, apps, eHealth of zelfhulpgroep, eventueel begeleid door ervaringsdeskundigen. Zie het steun en support document voor organisaties en informatiebronnen.

  • Voedingsmanagement door een diëtist gespecialiseerd in eetstoornissen.

Voor jonge mensen met anorexia nervosa is brede consensus dat de eerste stap interventies overgeslagen moeten worden vanwege de ernst en complexiteit van de stoornis.

Psychiatrische co-morbiditeit

Multimorbiditeit, een combinatie van verschillende psychiatrische (en fysieke) aandoeningen, komt veelvuldig voor bij mensen met een eetstoornis, Comorbiditeit vergroot het risico op langdurige, ernstige klachten en verminderd dagelijks functioneren.

Er is weinig bekend over de effectieve behandeling van een eetstoornis waarbij tevens sprake is van een of meerdere comorbide stoornissen. Meer intensieve en gepersonaliseerde zorg lijkt noodzakelijk. Ook lijkt het belangrijk als eerste aandacht te hebben voor eetstoornissymptomen. Verder is een transdiagnostische benadering aan te bevelen die gericht is op onderliggende processen en psychologisch welbevinden, zoals de aanpak van negatieve emoties en het bevorderen van zelfacceptatie.

Een specifieke comorbide aandoening waarvoor aanpassingen in de behandeling noodzakelijk zijn, is autisme. Autisme gaat vaak samen met anorexia nervosa en ARFID. Hierbij past een flexibele en individuele aanpak beter dan de standaardzorg.

Luister ook deze podcast 'Dubbele Diagnose: een eetstoornis gaat over meer dan alleen eten en niet eten' uit de 10-delige podcastserie First EET cast

Psychologische en psychotherapeutische behandelingen

Voor de aanpak van een beginnende eetstoornis zijn verschillende effectieve methoden beschikbaar. Deze staan beschreven in de Zorgstandaard Eetstoornissen. Hier vind je ook informatie over de behandeling en begeleiding van ernstige en langdurige eetstoornissen.

Anorexia Nervosa

  • Bij kinderen en adolescenten met anorexia nervosa is familie-gebaseerde behandeling (FBT) de standaard, waarin ouders intensief betrokken worden.

  • MANTRA (Maudsley Model of Anorexia Treatment for Adults) is een veelbelovende behandeling waarvan de effectiviteit bij (jong)volwassenen met anorexia nervosa is vastgesteld en die in de praktijk ook bij kinderen en jongeren wordt toegepast.

Boulimia Nervosa en Eetbuistoornis

  • Bij kinderen en adolescenten met boulimia nervosa en de eetbuistoornis is FBT of een andere vorm van systeemtherapie gewenst.

ARFID

  • Voor ARFID is nog geen behandeling opgenomen in de Zorgstandaard eetstoornissen, maar lijkt CGT het meest geschikt.

Eetstoornis

  • Bij kinderen en jongeren met een eetstoornis kan ook (een aangepaste vorm van) CGT zoals CBT-E of Adolescent Focused Therapy ingezet worden. Omdat de meeste studies onder volwassenen zijn uitgevoerd is het bewijs van de effectiviteit van CGT voor kinderen en jongeren met een eetstoornis minimaal.

  • Interventies gebaseerd op de zogenoemde third wave CGT-therapieën zoals schematherapie, Acceptance and Commitment Therapy, Dialectical Behaviour Therapy en Compassion-Focused Therapy waarin acceptatie, mindfulness en persoonlijke waarden centraal staan, worden (nog) niet aanbevolen in de huidige zorgstandaard. Op individueel niveau kan zo’n interventie eventueel naast een standaardbehandeling worden aangeboden.

In aflevering 2 van de 10-delige podcastserie First EET cast bespreken we samen met diëtiste Arwa Badran en hoogleraar eetstoonissen Eric van Furth hoe het precies zit met support en behandeling voor mensen met een eetstoornis.

Overbrugging

Vanwege de wachtlijsten kun je overbruggingszorg opstarten. Het belangrijk om in deze overbruggingsfase een goede band te behouden met de cliënt en zijn of haar systeem. In de overbruggingstijd is een aantal opties:

  • de oudergroep Eerste Hulp bij Eetstoornissen

  • de inzet van een ervaringsdeskundige buddy

  • Op de website van het Eetstoornissen netwerk vind je alle inloophuizen, eerstelijnsbehandelaren, behandelcentra en instellingen die zich hebben gespecialiseerd in eetstoornissen.

  • De First Eet Kit biedt toegankelijke informatie over eetstoornissen bij jongeren.

  • De K-EETi advieslijn kan dagelijks gebeld worden voor adviezen en overleg over cliënten met een eetstoornis.

  • Verwijs cliënten naar 99gram.nl en Proud2Bme: de grootste Nederlandse online hulpsite voor cliënten met eetproblematiek.

  • Tijdens de overbruggingsfase kun je ook verwijzen naar GZ-psychologen, systeemtherapeuten en diëtisten (aangesloten bij het Voedings Interventie Eetstoornissen (VIE) netwerk) die kennis hebben over eetstoornissen.

  • Adviseer of benader inloophuizen voor eetstoornissen. Deze organisaties worden door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen gerund. Vaak organiseren ze informatieavonden voor cliënten en naasten.

In het steun en support document vind je organisaties en informatiebronnen voor professionals, cliënten en hun naasten. Download de PDF.

Refeeding

Houd rekening met het risico op het optreden van het refeedingsyndroom. Dit risico is het grootst in de eerste 2 weken na de start van het hervoeden met een piek in de eerste 72 uur. Betrek altijd een medisch professional bij een vermoeden van het refeedingsyndroom.

Lees meer over refeeding

Keuzehulp

De Keuzehulp Eetstoornissen ondersteunt professionals met een concreet advies voor behandeling en begeleiding, gebaseerd op de inhoud van de Zorgstandaard Eetstoornissen.

Diëtetiek

Lees hier meer over de dieetbehandeling van eetstoornissen.

Psychoeducatie

Het is belangrijk dat zo snel mogelijk na de diagnose gestart wordt met voorlichting en psychoeducatie voor de patiënt en diens naasten. Dit kan al voordat begonnen wordt met de behandeling. Dit kan de huisarts of psycholoog doen. Check of dit is opgestart.

Op de website Thuisarts.nl vind je de patiënteninformatie over eetstoornissen, afgestemd op de zorgstandaard. Naasten en patiënten vinden op First EET kit alle informatie voor Eerste Hulp bij eetstoornissen.

Refeeding

Houd rekening met het risico op het optreden van het refeedingsyndroom. Dit risico is het grootst in de eerste 2 weken na de start van het hervoeden met een piek in de eerste 72 uur. Betrek altijd een medisch professional bij een vermoeden van het refeedingsyndroom.

Lees hier meer over refeeding

Overbrugging

Vanwege de wachtlijsten kun je overbruggingszorg opstarten. Het belangrijk om in deze overbruggingsfase een goede band te behouden met de cliënt en zijn of haar systeem. In de overbruggingstijd is er een aantal opties:

  • De First Eet Kit biedt toegankelijke informatie over eetstoornissen bij jongeren.

  • De K-EETi advieslijn kan dagelijks gebeld worden voor adviezen en overleg over cliënten met een eetstoornis

  • Op de website Eetstoornissen Netwerk vind je alle inloophuizen, eerstelijnsbehandelaren, behandelcentra en instellingen die zich hebben gespecialiseerd in eetstoornissen

  • de oudergroep Eerste Hulp bij Eetstoornissen

  • de inzet van een ervaringsdeskundige buddy

  • Verwijs cliënten naar 99gram.nl en de website Proud2Bme: de grootste Nederlandse online hulpsite voor cliënten met eetproblematiek

  • Adviseer of benader inloophuizen voor eetstoornissen. Deze organisaties worden door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen gerund. Vaak organiseren ze informatieavonden voor cliënten en naasten

In het steun en support document vind je organisaties en informatiebronnen voor professionals, cliënten en hun naasten. Download de PDF.

Keuzehulp

De Keuzehulp Eetstoornissen ondersteunt professionals met een concreet advies voor behandeling en begeleiding, gebaseerd op de inhoud van de Zorgstandaard Eetstoornissen.

Volg de LinkedIn-pagina van Eetstoornissen Netwerk om op de hoogte te blijven.

Bekijk de pagina